Kruimelpad
Zowat de helft van alle grondstoffen wereldwijd gaat naar de bouwsector, en een derde van de afval- en materiaalstromen die vrijkomen in Europa is afkomstig uit de bouw. Bouwen en wonen hebben ook een grote impact op onze CO2-voetafdruk en ons energie- en waterverbruik.
In 2019 was de bouwsector in Europa verantwoordelijk voor:
40% van de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2
50% van het energieverbruik
50% van de materiaalstromen
1/3 van het waterverbruik
Daarnaast nemen productie en transport van bouwmaterialen een groot deel van de wereldwijde CO2- uitstoot voor hun rekening. Bovendien ligt de levenscycluskost (LCC) van gebouwen veel hoger dan de oorspronkelijke investering. LCC verwijst naar de werkelijke kosten tijdens de volledige levensduur.
Circulaire principes toepassen in de bouw maakt een gigantisch positief verschil. Mooi meegenomen: de sector is deels lokaal georganiseerd. Veel spelers zitten dus aan de knoppen voor de manier waarop we ontwerpen en bouwen.
Voordelen bij de vleet
Voordelen bij de vleet
Door minder materialen te gebruiken, minder afval te produceren en leegstand aan te pakken, draagt de bouwsector bij aan de duurzame toekomst van Vlaanderen. Een circulaire bouwsector verzekert ook:
economische groei
werkgelegenheid (bijvoorbeeld via herstel, recyclage, herfabricage)
positieve impact op klimaat (minder uitstoot) en milieu (minder ontginning en afval)
betaalbaar wonen dankzij principes als delen en gemeenschappelijk gebruik
Met circulaire strategieën stomen we de bouwsector klaar voor morgen en valt er op alle vlakken winst te rapen. Van minder uitstoot bij ontginning, productie, transport en afvalverwerking, tot minder nood aan nieuwe grondstoffen dankzij hergebruik.
Anders en beter bouwen
Circulair bouwen is gestoeld op een radicaal andere logica. We stappen af van het eeuwige groeimodel dat focust op meer en nieuw, en we richten ons op minder en beter. Een concreet voorbeeld: veel gebouwen verkommeren en blijven onbenut. Ondertussen blijven we alsmaar meer ruimte aansnijden voor nieuwe projecten. Natuur en open ruimte moeten wijken terwijl die broodnodig zijn. Onder andere voor een betere lucht- en waterkwaliteit. Voor meer biodiversiteit. Voor meer welzijn en sociale contacten.
Kiezen voor compacter en veranderingsgericht (ver)bouwen neemt minder ruimte in en brengt minder hinder met zich, terwijl onze levenskwaliteit en de planeet er wel bij varen.
Tot slot: de bouwsector werkt op een enorme schaal. Het is de sector bij uitstek om duurzaam te innoveren en positieve impact te realiseren. Heel wat bedrijven en overheidsorganisaties hebben de voorbije jaren al straffe projecten op touw gezet.