Vlaanderen
OVAM Toon navigatie menu

Gouden tip voor geslaagde circulaire projecten: betrek de hele keten

dinsdag 4 februari 2020

We lieten een team van journalisten en experts de boer op gaan om met Open Call projecteigenaars te praten over hun subsidieproject. We gebruikten hun bevindingen voor interne evaluatie, de opstart van een externe impactanalyse, én een artikelenreeks over de geleerde lessen. Dit artikel is het eerste van die reeks.

De Open Call van Vlaanderen Circulair ondersteunt experimentele projecten voor de circulaire economie. Intussen lanceerden we de call voor de derde keer en worden nu een kleine 200 projecten ondersteund, voor een totaalbedrag van 16 miljoen euro. De projecten zijn erg divers: van burgerinitiatieven over projecten in bedrijven tot innovaties van lokale besturen. Allemaal interessant, denkt u wellicht, maar wat brengt dat nu eigenlijk op? Om die vraag te beantwoorden lieten we een team van journalisten en experts de boer op gaan om met projecteigenaars te praten over hun subsidieproject. We gebruikten hun bevindingen voor interne evaluatie, de opstart van een externe impactanalyse, én een artikelenreeks over de geleerde lessen. Dit artikel is het eerste van die reeks.

 

‘Gewoon al eens praten over welke problematiek bepaalde dingen in de volgende stap van de keten voortbrengen, creëert oplossingen.’ - Tom Vanwezer, Valipac

In de circulaire economie worden reststromen zo goed mogelijk benut. Maar hoe die reststromen eruit zien, wordt bepaald door heel wat factoren. Productieketens bestaan uit vele stappen en grondstoffen reizen vaak de wereld rond voor ze bij de eindgebruiker terechtkomen. Het gesprek opzetten tussen de verschillende spelers die deel uitmaken van de keten, kan heel wat deuren openen. En het resulteert soms in verrassende samenwerkingen.

Als we van de complexe circulaire economie - met vele ketenpartners en stakeholders - een succesverhaal willen maken, is een structurele samenwerking tussen de partners broodnodig.

Enkele voorbeelden:

 

Tom Duhoux
Tom Duhoux
© Karlijne Geudens

Tom Duhoux nam met jeansmerk HNST de regie over de hele keten in handen. Niet gemakkelijk, want dat vergt een brede expertise en er kruipt veel tijd in onderzoek. Duhoux’ achtergrond als expert circulaire economie, hielp daarbij: ‘Mijn eerste job was in de afvalindustrie. Ik maakte er kennis met concepten als cradle to cradle en gesloten kringlopen. Later richtte ik een consultancybureau op voor eco-ontwerp. Maar toen kriebelde het echt en wilde ik zelf iets opstarten,’ vertelt Duhoux.

 

‘De textielindustrie is vandaag één van de meest treffende voorbeelden van de lineaire economie: consumenten worden aangezet om kleding te blijven kopen en kledingstukken worden vaak maar één of twee keer gedragen. Qua prijzen is er in de textielsector een echte race to the bottom. Zorgen over het milieu of gezondheid bij productie zijn doorgaans geen prioriteit. Daarnaast is het gebruikte textiel vaak een mix van verschillende materialen, waardoor recyclage bijna ondoenbaar is. Denim raakt al die problemen van de huidige fashionindustrie aan, daarom wilde ik daar het circulaire denken op loslaten.’ Duhoux en zijn team gingen op zoek naar de duurzaamste oplossingen voor de grondstoffen, kleurproces, afwerking, verdeling en terugname, en brachten die samen in een keten. Die hele keten is erop gericht om het afval zo goed mogelijk opnieuw in te zetten. En de resultaten zijn spectaculair: behalve duurzame jeans, leverden de samenwerkingen die Duhoux opzette HNST vorig jaar een Henry Van de Velde-designprijs op.

 

Filip Vangeel
Filip Vangeel van Valipac
© Karlijne Geudens

 

Ook bij Valipac, de organisatie die de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bedrijfsmatige verpakkingen mee organiseert, geloven ze dat de hele keten samenbrengen, cruciaal is. Ze ontwikkelden een krimphoes - dikke folie, zoals bijvoorbeeld rond een pallet bakstenen - op basis van gerecycleerde krimphoezen. Mits toevoegen van een booster had die zelfs een betere functionaliteit dan de originele, niet-gerecycleerde krimphoes. Filip Vangeel van Valipac: ‘Als je circulair wil werken, moeten de mensen ook echt samenzitten, om de neuzen in dezelfde richting te krijgen.’ ‘Klopt,’ vult zijn collega Tom Vanwezer aan, ‘als de marketingman niet weet dat die verder in de keten een probleem veroorzaakt met zijn rode inkt, dan kom je moeilijk vooruit. Gewoon eens praten over welke problematiek bepaalde dingen in de volgende stap van de keten voortbrengen, creëert oplossingen.’

Een initiatiefnemer met geloofwaardigheid, zoals Valipac, kan beweging brengen in ketenpartners die elkaar anders nooit spreken of samenwerken. Een subsidie van een overheidsorganisatie als OVAM/Vlaanderen Circulair is daarbij een belangrijke erkenning die extra geloofwaardigheid geeft aan de regisseur van dat overleg. Zo’n subsidie kan het nodige ‘mandaat’ geven om de ketenpartners samen te krijgen.

Hoe betrek je de hele keten rond jouw product of dienst ? Vier concrete pistes.

1. Duurzame dialoog: hoe meer verschillende blikken op de uitdaging, hoe sterker de oplossing

Circulaire oplossingen gaan niet enkel over materiaal of het vermijden ervan, ook menselijke processen spelen een cruciale rol. Om die goed te laten verlopen, is het ook belangrijk om een constructieve manier te vinden om overleg te organiseren. Zo koppelen de stadsplanners bij Endeavour leegstaande panden aan een zinvolle invulling via een online platform en faciliteren ze samenwerkingen tussen burgers, overheden en bedrijven. Als alle betrokken partijen mee zijn, vergroot de kans om tot duurzame resultaten te komen.

Maarten Desmet en Isabelle Vanhoutte
Maarten Desmet (L) van Endeavour
© Karlijne Geudens

‘Hoe het voor ons begon? We werden gevraagd door een buurtcomité in Antwerpen dat hulp nodig had omdat een industriële site in hun wijk ontwikkeld werd,’ vertelt Maarten Desmet van Endeavour. ‘Zij spraken de taal van de ontwikkelaars niet. Wij intermedieerden tussen de buurtbewoners, de ontwikkelaar en de eigenaar van de site, dat was de stad. Tijdens dat proces ontdekten we de nood aan een onafhankelijke speler die alle partijen verbindt. Want het is niet òf wat de burgers zeggen, òf wat de stad zegt: het is het belang van de dialoog.’

Projecten die een moeilijke dialoog aangaan, die een open vraag stellen en burgers of gebruikers betrekken om tot oplossingen te komen, plukken daar de vruchten van. Het leidt tot een meerwaarde die niet onmiddellijk economisch is, maar draagvlak creëert in de transitie naar een meer circulaire economie en op de lange termijn vaak positief uitdraait. Het maakt het proces menselijker - en duurzamer.

2. Specialistenkennis koppelen: je kan niet alles weten (en de specialisten ook niet)

De circulaire economie heeft verschillende gezichten. Terwijl aan hogescholen en universiteiten theoretische modellen worden onderzocht en efficiëntie wordt berekend, wegen politici op beleidsniveau strategieën tegen elkaar af, zetten ondernemers hun businessplan op zijn kop en worden in repair cafés afgedankte toestellen hersteld. Allemaal onmisbaar in de circulaire economie, maar ook allemaal verhalen die niet noodzakelijk regelmatig met elkaar in aanraking komen.

Niet veel mensen zijn goed op de hoogte van welke dynamieken zich op de verschillende niveaus, sectoren en domeinen afspelen. Soms is het nodig om verbinding te maken tussen verschillende werelden. Dat kan door verhalen te vertellen, of door overleg te organiseren.

Magda Peeters, de oprichtster van ‘repair en sharehub’ MAAKbar in Leuven, benoemt het probleem. MAAKbar wordt volledig gedragen door vrijwilligers: ‘Ik voel een soort spanningsveld tussen [theoretische en praktische] initiatieven. Er is nood aan een soort neutrale begeleiding bij het proces, al was het maar af en toe, waarbij gekaderd kan worden op welke manier onze en andere activiteiten nodig zijn binnen de circulaire economie. Begeleiding in hoe omgaan met die diversiteit van aanpakken, zou welkom zijn.’
 

 

Steven Vanden Brande
Wim Hochepied (L) en Steven Vanden Brande (R) van Durabrik
© Karlijne Geudens 

Verschillende visies en leefwerelden aan elkaar koppelen, behoort vaak tot het takenpakket van een circulaire ondernemer. Daarbij is een open houding alvast een troef, argumenteert Steven Vanden Brande van Durabrik. Met hun project Toontjeshuizen ontwerpt de Drongense bouwfirma woonconcepten op maat van mensen met een beperking, zodat die zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen. De woningen zijn circulair en modulair gebouwd. Een co-creatietraject met negen Vlaamse zorgpartners drukte een stempel op het project. Vertrouwen op de expertise van anderen is bij zo’n sectoroverschrijdend project bepalend, maar niet vanzelfsprekend. Steven Vanden Brande: ‘Ik leerde mijn eigen beperkingen zien. Ik ben misschien expert in een bepaald domein, maar daarbuiten is er een heel universum van dingen waar ik niet veel vanaf weet. Het gaat niet over iets wat je op een avondje instudeert, maar iets wat je alleen kan leren door een doorleefde ervaring.’

 

Maarten Desmet van Endeavour beaamt dat er heel wat expertenkennis bij burgers zit: ‘Bij een stadsontwikkelingsdossier heb je een goed financieel en technisch plan nodig. In geen van beide domeinen zijn we specialisten. Onder de buurtbewoners zitten die specialismen vaak wél. Het is kwestie van die aan elkaar te koppelen.

3. Inspiratie opdoen en kennisdelen: het wiel en het warm water zijn al elders uitgevonden, win tijd en steel met je ogen

Af en toe over het muurtje kijken kan voor frisse ideeën zorgen. VVSG organiseerde inspiratiedagen voor steden en gemeenten naar Almere, Rotterdam, Venlo en Leopoldsburg, om daar bij te leren van de lokale projecten rond circulaire economie.

Biovergister Tim Keysers van het Arendonkse Arbio schakelde binnen het Open Call-project verschillende bestaande machines aan elkaar en ontwikkelde zo eigenhandig een nieuwe manier om het digestaat uit zijn biovergister - een landbouwreststroom - te vermarkten. ‘In mijn zoektocht volgde ik verschillende pistes en kwam ik tot een systeem met allemaal toestellen die op verschillende plaatsen in Europa los van elkaar in werking zijn. Ik bouwde eigenlijk een cascade van machines,’ vertelt Keysers. Hij getuigt dat die verschillende leefwerelden aan elkaar koppelen, niet altijd vanzelfsprekend was: ‘Heel wat collega’s gaven me inzage in hun kosten en risico’s. Ik ben zowat op hun water meegesurft. Maar bij sommige projectpartners heb echt wel aan het touw moeten trekken. De man van de omgekeerde osmose wilde vooral omgekeerde osmose-installaties verkopen, en de man van de droger idem. Het zijn twee specifieke, complexe werelden. Er is echt wel een reden waarom zo’n installatie tot op vandaag nog niet is uitgevoerd. (...) Er bestaat wel een technische ondersteuning voor de machines, maar dat is hokje, hokje, hokje. En samen, da’s voor mij.’

Zelf heeft Keysers niet liever dan dat anderen ook bij hem komen kijken: ‘Ik heb een innovatieprijs gewonnen met mijn installatie, waardoor het project veel aandacht kreeg binnen de landbouwpers, waar de meeste landbouw-vergisters nog altijd binding mee hebben. Daaruit zijn al veel vragen gekomen van collega’s die op dezelfde manier hun stikstof willen recupereren. Er zijn andere installaties met beschikbare warmte die nu een soort kopie willen maken van de mijne.’

Ook open source is een piste: door brongegevens met elkaar te delen op een platform, kan iedereen meewerken aan onderzoek en is iedereen op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Dat doen ze bijvoorbeeld bij BioFab Vlaanderen, een beweging die het gebruik van zwammen onderzoekt om afgedankte grondstoffen te laten uitgroeien tot bioafbreekbare materialen. Ze werken vanuit een open biolab in Gent, waar een community elkaar ontmoet en waar workshops en evenementen plaatsvinden. ‘Wat we in Vlaanderen nodig hebben is niet één gigantisch biolab, wel een netwerk van samenwerkende kleinere, lokale labs,’ aldus mede-oprichter Winnie Poncelet.

4. Het belang van fysieke hubs: innovatie start waar verrassende ontmoetingen tussen mensen plaatsvinden


Samenwerken is vaak een lokaal verhaal. Wie een met de reststroom van zijn buur aan de slag kan, die denkt daar geen twee keer over na. De milieuvoordelen van lokaal samenwerken zijn gekend. Hubs en ontmoetingsplekken spelen daarom een belangrijke rol in het bouwen van dit soort ecosystemen. Zo zie je verschillende lokale netwerken ontstaan rond circulaire thema’s, waar mensen met verschillende achtergronden elkaar inspireren en kruisbestuiven.

Eatmosphere
Steven Desair (L) van Eatmosphere
© Karlijne Geudens

Eatmosphere, een culinaire organisatie tegen voedselverspilling, ontwikkelde samen met foodlab Proef! Terroir. In dat merk brengen ze lokale voedingsproducten, makers, consumenten en voedselerfgoed samen. Hun projecten gaan van kimchi met lokale koolsoorten over saus op basis van het exoskelet van garnalen, tot recepten met oude appel- en perenrassen. Een groot deel van de magie gebeurt in foodlab Proef! zelf, vertelt Steven Desair van Eatmosphere: ‘In het foodlab ontwikkelen we recepten voor lokale reststromen. In de keuken wordt voortdurend geïnnoveerd. Als er bijvoorbeeld een topchef langskomt die een miso wil van een bepaald graan, niet van sojabonen, zie je echt kruisbestuivingen ontstaan.’

Ook een ontmoetingsplek oprichten kan heel wat teweegbrengen. Steven Desair: ‘Vanaf het moment dat we met een pop-uprestaurant fysiek aanwezig waren, boomde het voor ons. Mensen wisten waar ze heen moesten, en dat vergrootte ons bereik ingrijpend. We namen de bezoekers mee in ons verhaal en dat vonden ze leuk: ze kwamen niet enkel eten, maar werden ook verrast door het voedsel.’

Veel projecten uit de Open Call zetten dan ook vanuit een gelijkaardige gedachte in op het uitbouwen van een fysiek knooppunt. Groenbeheerder Pro Natura en afvalbedrijf Renewi zouden binnen hun project rond biomassareststromen graag een site uitbouwen waar verschillende partners ermee aan de slag kunnen. MAAKbar is ondertussen een hub voor al wat repair en delen is in Leuven. Naast hun werking als gereedschapsbibliotheek gaan er ook workshops, open ateliers en repair cafés door en zijn er community-gerichte uitstappen naar andere plaatsen.

In de kunststofindustrie werd lokale samenwerking recent zelfs een noodzaak. Veel plastic afval werd uitgevoerd naar China, maar dat land sloot recent de grenzen. Die ingrijpende gebeurtenis is een stimulans om stappen uit de productie- en recyclageketen terug dicht bij huis te realiseren, zoals Valipac deed met hun krimphoezenproject en kunststoffenfederatie Centexbel met een project rond circulair ziekenhuislinnen.

Ontdek de nieuwe lichting projecten 2019

We brengen een overzicht van de nieuwste editie van de Open Call. We bieden er ook een poster aan, met een overzicht van alle gesubsidieerde projecten sinds 2017.

Naar het Open Call overzicht >

Share article

Geschreven door Isabelle Vanhoutte, Winnie Poncelet