De kans is groot dat jouw bedrijf of organisatie geconfronteerd wordt met heel wat vragen rond duurzaamheid. Net als heel wat andere bedrijven, moet ook jouw bedrijf binnenkort misschien aan heel wat Europese duurzaamheidswetgeving voldoen, en dan ben je daar als aankoper ook best op tijd van op de hoogte. Ben je een KMO die nog niet onder al die nieuwe regelgeving valt, maar heb je wel heel wat grotere B2B klanten, dan zal je merken dat ze jou steeds meer data over de supply chain zullen opvragen. Of je bent aankoper in de publieke sector, ook dan is het handig te weten aan welke wettelijke duurzaamheidsvereisten heel wat bedrijven binnenkort moeten voldoen. We zetten de belangrijkste aankomende duurzaamheidswetgeving even voor je op een rijtje.

Alles heeft te maken met de Europese Green Deal

Veel nieuwe wetten die de komende jaren steeds meer bedrijven zullen beïnvloeden, maken deel uit van de Europese Green Deal. Dat is een pakket beleidsinitiatieven dat de Europese Unie moet helpen een duurzame transitie te maken, zowel op economisch, sociaal als milieuvlak. De EU-landen hebben zich ertoe verbonden om ten laatste in 2050 klimaatneutraal te zijn en de temperatuurstijging op aarde onder de 1,5 graden Celsius te houden, zoals afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs. De Green Deal is de strategie waarmee de EU haar doel voor 2050 wil bereiken en bestaat uit verschillende onderdelen, initiatieven en wetten. Je zou het ook wortels en stokken kunnen noemen.

De wortels zijn alle initiatieven waarmee de EU haar burgers, bedrijven en overheden wil helpen en steunen om de groene transitie mogelijk te maken, met als doel een gezondere leefomgeving, goedkopere energie, nieuwe jobs en een betere levenskwaliteit. De wortels gaan over subsidies en financieringsprogramma’s, de stokken zijn de nieuwe wetten en richtlijnen die op bedrijven afkomen.

De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD)

Concreet? Eén van die belangrijkste nieuwe richtlijnen is de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), die van grote bedrijven eist om transparant te rapporteren over bijvoorbeeld zaken als hun CO2-uitstoot en sociaal kapitaal, maar ook over de impact die je als bedrijf hebt op biodiversiteit en mensenrechten in je productieketen. Al die gegevens moeten bedrijven op een uniforme manier verzamelen, volgens de vastgelegde European Sustainabilty Reporting Standards (ESRS), en op een gecentraliseerde manier rapporteren naar analogie met hun financiële rapportering. Je duurzaamheidsrapport wordt dus even belangrijk als je financieel jaarverslag. De wet verplicht bedrijven niet om hiermee specifieke doelen te halen, behalve over één onderwerp: CO2-neutraliteit tegen 2050.

Bovendien vraagt de CSRD aan organisaties om de impact van hun volledige waardeketen in kaart te brengen. Dit wil zeggen dat ondernemingen niet alleen moeten rapporteren over de eigen duurzaamheidsprestaties, maar ook over die van hun klanten en leveranciers.

Micro-ondernemingen en niet-beursgenoteerde kmo’s die nu opgelucht achteroverleunen omdat de CSRD niet voor kleine bedrijven geldt, hebben helaas niet helemaal gelijk. Hoewel kleine bedrijven niet verplicht zijn die jaarlijkse rapportage in te dienen, zullen velen er wel de gevolgen van voelen. Als jij bijvoorbeeld als kmo een leverancier bent die levert aan een groot bedrijf dat wél onder de nieuwe richtlijn valt, dan zal dat grote bedrijf ook aan jou vragen om je milieudata of sociale parameters inzichtelijker te maken. Enkele voorbeelden van mogelijke vragen die je dan kan krijgen:

  • Geef een gedetailleerde berekening van je CO2-uitstoot, over je hele waardenketen heen.
  • Bewijs dat je leverancier in Bangladesh geen kinderarbeid gebruikt bij de productieprocessen.
  • Bewijs dat je geen schadelijke of verboden stoffen gebruikt in je producten die de Europese markt binnenkomen.

Grote bedrijven zullen dit soort informatie moeten aangeven om transparant te communiceren over heel hun productieketen.  Ook kleinere bedrijven die willen meedraaien met ‘de grote spelers’ doen er dus goed aan om vrijwillig, en binnen de mate van hun kunnen, te onderzoeken wat hun impact op mensen en milieu is.

Voor wie geldt deze wet? De CSRD geldt sinds januari 2024 voor beursgenoteerde bedrijven die in 2025 hun eerste geïntegreerde verslag moeten uitbrengen.  Vanaf 2026 zullen ook grote, niet-beursgenoteerde en later bepaalde niet-Europese bedrijven (die een bepaalde omzet draaien in Europa) aan de CSRD moeten voldoen. Ter informatie: een bedrijf wordt gezien als ‘groot’ als het voldoet aan twee van deze drie criteria: meer dan 250 medewerkers; meer dan 50 miljoen euro omzet per jaar; meer dan 20 miljoen euro netto activa op de balans.

De Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD)

Concreet? De CSDDD is een richtlijn die een grote groep bedrijven ‘ketenzorgverplichtingen’ (of ‘due diligence verplichtingen’) zal opleggen wat hun productieketen betreft. Ondernemingen worden straks onder meer verplicht onderzoek te doen naar de negatieve duurzaamheidseffecten die zij, en andere partijen in hun productieketen, veroorzaken. Die potentiële negatieve effecten moeten zij vervolgens proberen voorkomen, beperken, minimaliseren en/of beëindigen.

Voor wie geldt deze wet? Deze richtlijn geldt voor Europese en niet-Europese bedrijven met meer dan duizend werknemers en een omzet van meer dan driehonderd miljoen euro. Bedrijven met meer dan vijfduizend werknemers krijgen vanaf de definitieve stemming in het parlement (april 2024) drie jaar de tijd om hun due diligence praktijk op poten te zetten. Bedrijven met drieduizend werknemers moeten na vier jaar, en bedrijven met duizend werknemers moeten na vijf jaar hun ketenzorgaanpak op orde hebben. Net als bij de CSRD zullen ook hier de gevolgen van deze wet voelbaar zijn voor kmo’s en micro-ondernemingen. Wie zich afvraagt wat de link is tussen de CSDDD en de CSRD – twee gelijkaardige afkortingen – kan de CSDDD zien als de richtlijn die je vraagt de nodige acties te nemen om de risico’s in je supply chain te onderzoeken, te mitigeren en op te volgen. De CSRD verplicht je om over dit beleid, de achterliggende processen en acties te rapporteren.

Ecodesign for Sustainable Product Responsibility (ESPR)

De ESPR-richtlijn is een pakket met eisen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit voor producten die op de Europese markt worden gebracht.

Concreet? De nieuwe wetgeving vraagt dat nagenoeg alle consumentenproducten duurzamer, betrouwbaarder, herbruikbaar, herstelbaar, gemakkelijker te onderhouden, recycleerbaar en efficiënter worden qua energie- en hulpbronnen. De nieuwe wetgeving gaat daarmee veel verder dan de huidige richtlijnen die zich voornamelijk beperken tot energieconsumptie van producten. Dit betekent onder meer dat producenten aan de slag moeten met ‘ecodesign’ en al in het ontwerpproces beter moeten nadenken hoe een product zo ecologisch mogelijk ontworpen kan worden. Door bijvoorbeeld te voorzien in software-updates, onderdelen en accessoires zodat producten minder snel verouderen. Of door ervoor te zorgen dat producten ook echt gemakkelijker te repareren zijn én hier richtlijnen voor te geven aan de consument. Heel belangrijk: ESPR moet er ook voor zorgen dat het verbranden en vernietigen van onverkochte producten zoals textiel en elektrische apparatuur straks verboden is. Het gaat over de transitie naar een circulaire economie.

Voor wie geldt deze wet? Deze Ecodesign for Sustainable Products Regulation ging van kracht op 18 juli 2024, en geldt voor vrijwel alle consumentgerichte producten en sectoren. Sectoren die veel grondstoffen verbruiken, moeten er sneller mee aan de slag. Dat zijn alvast alle bedrijven die volgende producten op de Europese markt verdelen: verpakkingen, textiel, banden, elektronische apparatuur, chemicaliën, meubels, bouw en staal.

Het Digitaal Product Paspoort (DPP)

Het DPP omvat regelgeving die aansluit bij bovenstaande richtlijn rond ecodesign en de circulaire economie.

Concreet? Europese regelgeving zal alle ondernemingen de komende jaren verplichten om hun producten te voorzien van een digitaal paspoort. Dat geeft consumenten en afvalverwerkers onder andere antwoord op vragen als: Wat zit er in dit product? Waar komen de materialen vandaan? Hoe werd het geproduceerd? Waar lever ik het in na gebruik? Alle informatie over gebruikte grondstoffen, processen en componenten van een product moeten het uiteindelijk makkelijker maken om een product te hergebruiken, of de materialen zo goed mogelijk te recycleren. Dat is belangrijke info wanneer alle afvalstromen straks in Europa moeten blijven en afgedankt textiel of plastic niet meer verscheept mogen worden naar landen buiten Europa, wat nu wel het geval is.

Voor wie geldt deze wet? Voor nagenoeg alle ondernemingen. Producten in de categorieën accu's, textiel en elektronica zullen eerst aan de slag moeten met het digitale paspoort.

Green Claims Directive

Deze richtlijn is nog niet definitief, maar zal bepalen hoe merken en bedrijven straks over duurzaamheid mogen communiceren.

Concreet? De wet zal ervoor zorgen dat greenwashing verboden en bestraft zal worden. Uit onderzoek van de Europese Commissie bleek dat 53 procent van de ‘green claims’ of ‘groene beweringen’ die bedrijven maken te vaag zijn, of zelfs misleidend, en niet onafhankelijk onderbouwd. Merken die in de toekomst beweren producten te maken van milieuvriendelijkere materialen zoals bijvoorbeeld gerecycleerd petflessen, of biokatoen, zullen dat moeten kunnen bewijzen. Deze nieuwe wetgeving is dus niet alleen voor de marketingafdeling relevant, maar ook voor jou als aankoper, die de duurzaamheid van aangekochte materialen moet kunnen bewijzen en onderbouwen. Europa wil daarmee een wildgroei aan duurzaamheidslabels tegengaan en consumenten beter informeren.

Voor wie geldt deze wet? Voor alle bedrijven die in de EU op de consumentenmarkt actief zijn.

De Europese Green Deal omvat nog veel meer nieuwe wetgeving, maar deze vijf nieuwe of aankomende richtlijnen zijn alvast sectoroverschrijdend en houd je als aankoper ook best in het achterhoofd.

Een basisvoorwaarde om alvast goed van start te gaan, is dat je al die nieuwe wetgeving niet als een last probeert te zien - hoewel dat in het begin zo kan lijken - maar als een kans. Een kans om stil te staan bij wat je bedrijf al goed doet, en wat nog beter kan. Een kans om je duurzaamheidsverhaal te schrijven op basis van objectieve criteria.