Inzichten uit de stakeholdersessie van het CEO-project bij Circuit, Kringwinkel Antwerpen.

Op 24 oktober verzamelde een brede groep stakeholders uit de Vlaamse kantoormeubelsector zich bij Circuit van Kringwinkel Antwerpen voor een inspirerende voormiddag rond het Circular Economy Office-project (CEO). De sessie bood niet alleen een blik op de voortgang van het project, maar ook ruimte om samen te reflecteren over circulaire businessmodellen, marktkansen en aankoopgedrag.

Een belangrijk onderdeel van de sessie bij Circuit draaide rond circulaire businessmodellen. Hoe kunnen circulaire ontwerpen ook economisch duurzaam worden? En welke samenwerkingsvormen helpen om producten uit restmateriaal toch rendabel te maken? 

Tijdens de gespreksronde deelden deelnemers hun ervaringen, drempels en ideeën, een open gesprek waarin duidelijk werd dat creativiteit, samenwerking en schaalbaarheid de sleutels zijn tot succes. 

Wat werkt vandaag al goed? 

Een opvallend positief voorbeeld was het waste-to-value businessmodel, waarbij scrapmateriaal of reststromen worden ingezet als grondstof voor nieuw meubilair. Dit model toont hoe afvalstromen een tweede leven kunnen krijgen én tegelijk lokale werkgelegenheid kunnen stimuleren. 

Waar liggen nog uitdagingen? 

Tegelijk kwamen er ook belangrijke aandachtspunten naar voren. 
Zo werd de prijszetting genoemd: meubels geproduceerd in een klein atelier hebben vaak een hogere kostprijs, waardoor de doelgroep beperkter kan zijn. Daarnaast rees de vraag hoe terugname en hergebruik georganiseerd kunnen worden: welke infrastructuur en incentives zijn nodig om meubels opnieuw in de keten te brengen? 

Ook serieproductie vormt een uitdaging. Omdat veel ontwerpen gemaakt zijn uit restmateriaal, is elk stuk uniek — een troef qua karakter, maar complexer voor grotere producties. 
Bovendien moeten bij aanbestedingsprojecten alle materialen en milieu-impact zorgvuldig worden gedocumenteerd. De vraag werd gesteld of deze circulaire meubels aan die strikte documentatievereisten kunnen voldoen. 

Nieuwe denkpistes voor circulaire groei 

Uit de gesprekken vloeiden tal van inspirerende ideeën voort om circulaire businessmodellen verder te versterken: 

  • Verkoopkanalen via Kringwinkel of via de producenten zelf. 

  • Het verkopen van het plan of ontwerp in plaats van het fysieke product, zodat producenten de meubels in-house kunnen maken met hun eigen materialen. 

  • Samenwerkingen met materialenbanken zoals Buurman of met steden en gemeenten die een meubel- of materialenbank beheren. 

  • Huurmodellen, bijvoorbeeld voor openbare besturen, waarbij meubilair tijdelijk wordt ingezet en nadien terugkeert in de kringloop. 

  • Productie in samenwerking met sociale werkplaatsen, om zowel ecologische als sociale impact te creëren. 

  • Samenwerking met grote schrijnwerkerijen die een circulaire lijn kunnen opzetten om de kosten te drukken. 

Ook over doelgroepen werd nagedacht: scholen, gemeentelijke feestzalen, studentenkoten en de creatieve sector blijken kansrijke afnemers. 
Tot slot werd het idee geopperd om stadshout te gebruiken — hout uit lokale parken of bomenbeheer — om hyperlokale producten te ontwikkelen met een sterk verhaal. 

Naar economische én ecologische waarde 

De gesprekken maakten duidelijk dat circulaire businessmodellen niet enkel over winst gaan, maar over waardecreatie in de breedste zin: lokaal, sociaal, ecologisch en economisch. 

Het vergt een andere manier van denken: minder lineair, meer verbonden. Of zoals een deelnemer het samenvatte: “Circulair ondernemen betekent niet alleen anders produceren, maar ook anders samenwerken.” 

Meedoen?