Hoe de gemeente Grimbergen met veilingen circulair aankoopt – een gesprek met aankoper Evert Poot. 

In een tijd waarin circulariteit steeds hoger op de agenda staat, zoeken lokale besturen naar manieren om hun aankoopbeleid duurzamer én creatiever in te richten. De gemeente Grimbergen toont hoe het kan, met een verrassend eenvoudig maar doeltreffend concept: openbare veilingen van afgedankte materialen. We spraken met de aankoper van de gemeente over het ontstaan, de impact en de lessen van dit circulaire initiatief.

Hoe zijn jullie op het idee gekomen om oude gemeentematerialen via veilingen te verkopen en op welke manier werd dit aangepakt?

“Het begon eigenlijk heel praktisch,” vertelt Evert. “We zaten met een hele hoop uit dienst genomen materialen die normaal als oud ijzer zouden afgevoerd worden, maar dat voelde zonde. Dus besloten we om ze via een veiling aan te bieden. Dat bleek meteen een succes. Sindsdien organiseren we twee keer per jaar een veiling, in samenwerking met BelgaVeilingen, een veilinghuis gespecialiseerd in lokale besturen.”

Wat moet je concreet doen als bestuur om materialen via veilingen te verkopen?

“Het veilinghuis waarmee we samenwerken, werd destijds aangesteld via een overheidsopdracht. Dat is belangrijk om juridisch alles correct te laten verlopen. Als bestuur moet je dus zorgen voor een duidelijke interne procedure en voldoen aan de regelgeving rond overheidsopdrachten.”

Wat voor materialen worden er zoal geveild?

“Het aanbod is verrassend breed. Van industriële keukens tot isolatiemateriaal, van schoolmeubilair tot verkeersborden. We hebben zelfs al eens een orgel geveild! Alles wat niet meer gebruikt wordt door de gemeente, maar nog perfect bruikbaar is voor anderen, komt in aanmerking. In de praktijk wordt dit opgevolgd door onze medewerkers van de technische dienst. Zij verzamelen alle materialen en bekijken wat er nog verkoopbaar is. Vervolgens stellen ze een lijst op die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. Pas daarna starten we met de eigenlijke veiling.”

Welke circulaire principes passen jullie toe met dit concept?

“De kern is hergebruik. Vroeger werden ongebruikte materialen vaak gewoon weggegooid of jarenlang opgeslagen in magazijnen. Nu geven we ze een tweede leven. Wat voor ons overbodig is, kan voor een jeugdbeweging, een boer, een particulier of zelfs een andere gemeente net heel waardevol zijn. Denk aan oude stoelen die door een chirogroep worden opgeknapt en opnieuw gebruikt.”

Wat zijn de voordelen van dit systeem voor de gemeente?

“Er zijn er eigenlijk vier” zegt Evert enthousiast. “Ten eerste: ecologisch. We verminderen onze afvalberg en verlengen de levensduur van materialen. Ten tweede: financieel. Waar we vroeger moesten betalen om spullen af te voeren, brengen ze nu geld op. Ten derde: ruimtelijk. Onze magazijnen raken niet meer overvol met spullen die niemand gebruikt. En ten vierde: sociaal. De veilingen trekken een breed publiek aan – van gemeentemedewerkers tot burgers, jeugdverenigingen en kleine ondernemers. Zo betrekken we de gemeenschap actief bij ons circulair beleid.”

Wat zou je andere publieke aankopers aanraden die ook circulair willen werken?

“Durf out of the box te denken. Circulariteit hoeft niet ingewikkeld of duur te zijn. Kijk naar wat je al hebt, en hoe je dat op een andere manier kunt inzetten. En werk samen met partners die ervaring hebben – zoals wij met BelgaVeilingen. Het is vaak eenvoudiger dan je denkt, en het levert veel op.”

Tot slot: hoe zie je de toekomst van circulair aankopen in de publieke sector?

“Ik denk dat we nog maar aan het begin staan. Er is zoveel potentieel. Als meer gemeenten hun krachten bundelen, kunnen we zelfs gezamenlijke veilingen of hergebruikplatformen opzetten. Circulariteit is geen hype, het is de toekomst – en wij als publieke aankopers kunnen daarin het verschil maken.”