Vlaanderen
OVAM Toon navigatie menu

Voedsel-reststromen krijgen tweede leven dankzij Trotec

donderdag 29 november 2018

Where food becomes feed. Het is de ondertitel van Trotec in Veurne. Het bedrijf verwerkt bijproducten van grote voedingsbedrijven tot grondstof voor de mengvoederindustrie. Operations manager Krist Forrez: “Alle voedingsbedrijven hebben uitval, maar dankzij onze creativiteit houden we de waardevolle reststromen binnen de voedselketen.”

TROTEC

Vrachtwagens rijden in en uit om containers of bioboxen, gevuld met brood, pasta, ontbijtgranen, chips, snoep of chocolade, te lossen. In een loods zie je bergen uiteenlopende bijproducten uit de voedingsindustrie, soms nog in de verpakking, naast elkaar. Via een ingenieus systeem van scheiden, mengen, drogen en malen is het eindproduct constant. Het meel bestaat steeds uit 38 procent zetmeel, 11 procent eiwit en 11 procent vet. Via de mengvoerbedrijven vindt de koekmix zijn afzet in de varkenshouderijen, waar het als een duurzame, veilige en energierijke grondstof gebruikt wordt.

Afval bestaat niet

De geschiedenis van het bedrijf gaat terug tot 1968 toen Trotec aan de slag ging met de reststromen van een nabijgelegen chipsproducent. Intussen is het West-Vlaamse bedrijf kind aan huis bij ruim 400 industriële voedingsbedrijven uit België, Frankrijk, Nederland en Duitsland. Trotec vervaardigt jaarlijks 160.000 ton meel uit 200.000 ton bijproducten. De fabriek werd helemaal vernieuwd in 2009 en in 2017 opende een tweede vestiging aan de Autoroute du Soleil tussen Lyon en Valence.

Forrez benadrukt dat Trotec voor de input strenge kwaliteitseisen oplegt. Dat kan het bedrijf zich permitteren, want alle grondstoffen worden aangekocht. De voedingsbedrijven worden begeleid bij de implementatie van kwaliteitssystemen. Regelmatige audits en adviserende overlegvergaderingen garanderen een voortdurende informatie-uitwisseling. De samenwerking is er een op lange termijn en dus niet voor een verloren palet links of rechts. De ophaling gebeurt door Trotec in eigen beheer en met eigen materiaal. Bij aankomst volgt een grondige kwaliteitscontrole.

Niet voor menselijke consumptie

Biomassa cascade van waardebehoud

De verwerking tot diervoeder staat hoog aangeschreven in de cascade van waardebehoud, hoger dan bijvoorbeeld vergisting of compostering. Enkel voedselverlies voorkomen en interne recyclage scoren nog beter. Forrez repliceert: “Uitval is inherent aan een hoogtechnologisch voedingsbedrijf, waar de meeste processen sterk geautomatiseerd zijn. Denk aan gebroken koekjes of onvolmaakte pralines, productieonderbrekingen, productiewissels, verkeerd verpakte producten. Wij helpen de bedrijven om het verlies in het productieproces tot een minimum te beperken."

En kunnen de voedselbanken niets meer met de voedseloverschotten aanvangen? “De bijproducten die we afnemen, voldoen niet aan de normen qua verpakking, houdbaarheid en samenstelling en zijn niet geschikt voor menselijke consumptie. Wij bieden een structurele oplossing voor de steeds terugkerende stromen. Na behandeling via ons proces is het eindproduct minimaal één jaar houdbaar.”

Trotec verwerkt geen groenten en fruit, waarvan er in de omgeving nochtans genoeg geteeld wordt. Daar is een eenvoudige verklaring voor. “Dat zou te veel energie vergen. Onze grondstoffen hebben een drogestofgehalte van minstens 40 procent. Het eindproduct na verwerking heeft een drogestofgehalte van 92 procent.”

Niets gaat verloren

Het droogprocédé is de succesformule, waaraan het bedrijf zelfs zijn naam dankt. Trotec was oorspronkelijk een afkorting voor het Duitse ‘Trocknungstechnik’. Het drogen is belangrijk voor de microbiologie en de verteerbaarheid van het eindproduct. Forrez: “Ons indirecte droogsysteem met warmtewisselaar en ingebouwde naverbrander is uniek in Europa. We werken met een gesloten energiecircuit en houden het energieverbruik laag dankzij warmterecuperatie. Onze totale CO2-uitstoot ligt nu op 63 kilo per ton eindproduct.” Ook voor het sorteren liet Trotec aangepaste machines maken die 24 uur per dag draaien. Dat vereiste de nodige creativiteit. Het personeel monitort de kwaliteit permanent.

Over de verpakking gesproken: die wordt apart verzameld voor recyclage. Karton gaat bijvoorbeeld naar de papierindustrie, polyethyleen naar de kunststofindustrie en van plastic worden energiepellets voor de cementoven gemaakt.

Minder ontbossing

Onderzoekers van de Universiteit Gent deden een levenscyclusanalyse van niet verkocht brood uit de supermarkt en gaven een hoge score aan de valorisatie bij Trotec. Forrez gaat er prat op dat zijn bedrijf tegemoet komt aan actuele maatschappelijke uitdagingen zoals de bevolkingsgroei, de klimaatverandering en de eindigheid van grondstoffen. “Als we uitgaan van een rendement van 10 ton per hectare, kan er dankzij ons 16.000 hectare tarwe uitgespaard worden voor de productie van diervoeder. Als we minder soja, zetmeel en suiker moeten invoeren, zorgt dat indirect voor minder ontbossing voor de ontwikkeling van landbouwgebied.”

Share article

Geschreven door Tom Van Bogaert