Vlaanderen
OVAM Toon navigatie menu

FLANDERS RECYCLING HUB - Meer afval graag

maandag 10 december 2018

Met het Frontrunnersproject brengen we boeiende verhalen van innovatieprojecten op het kruispunt van circulaire economie, energie en industrie 4.0 in beeld. We selecteerden ze uit de projecten van de vijf 'speerpuntclusters' in Vlaanderen. Vandaag neemt onze journaliste je mee naar het Flanders Recycling Hub-project van VIL.

VIL

Isabelle Vanhoutte

Isabelle trekt op pad

Achterin een schuif vind ik wat rommel. Een geoxideerde batterij, een verfrommelde iPhonelader met grote, bijna antieke aansluiting, een oude smartphone met gebarsten scherm en een Nokia van tien jaar geleden. Ik druk eens op de knop en de Nokia springt aan. Ik bekijk hem verwonderd en mijmer over een niet zo ver verleden waarin die telefoon zeven dagen in mijn broekzak zat, zonder stopcontact in de buurt. 

De defecte spullen gaan in de doos voor het containerpark. Ik ben niet de enige met een schuif voor ongebruikte elektronica, weet ik. In ons land liggen naar schatting nog drie miljoen smartphones ergens in een hoekje stof te vergaren. En dat terwijl ze gevuld zijn met kostbare metalen zoals goud, palladium, zilver en koper. 

Wat gebeurt er met de elektronica die ik binnenbreng in het containerpark? Waar en hoe worden die gerecycleerd? Dat gebeurt best vaak bij ons, lees ik, bij chemische bedrijven en commerciële afvalverwerkers. Hoe groot is die recyclage-economie in ons land eigenlijk? En worden hier enkel Vlaamse afvalstromen gerecycleerd, of ook afvalstromen uit het buitenland? Wat wordt er dan geïmporteerd, en hoe gebeurt dat?

Ik besluit mijn licht op te steken bij VIL (het Vlaams Instituut voor Logistiek, speerpuntcluster voor de sector), waar net een driejarig project werd afgerond, ‘Flanders Recycling Hub’. Daarin werd geëxploreerd welke rol Vlaanderen kan opnemen als draaischijf van een wereldwijde recyclage-economie. Ik schrijf me in voor de slotconferentie van het project, eind januari 2018. In het publiek zit een honderdtal professionals uit de afvalverwerkende industrie, de logistieke sector en de havens, uit banken, kennisinstellingen en overheidsinstellingen. Een teken aan de wand van de grote interesse in het project, in die drukke maand van nieuwjaarsrecepties.

Steve Sel

Afval en Vlaanderen zijn blijkbaar twee woorden die goed samengaan,” stelt Steve Sel, projectleider van VIL, tijdens de slotconferentie. “Voor een bloeiende recyclage-industrie is een goede logistieke ondersteuning noodzakelijk,” aldus Sel. “Logistiek is een ‘enabler’ van circulaire economie. Je hebt die onvermijdelijk nodig en daarom wordt die dus best mee in het plaatje opgenomen.”

Met dit project wilde VIL onderzoeken op welke manier Vlaanderen een echte internationale voortrekkersrol kan spelen als recyclagehub, en de logistieke verbeteringsmogelijkheden in kaart brengen. En via proefprojecten alvast uitproberen wat werkt.

Dat Vlaanderen positie inneemt met zo’n Flanders Recycling Hub, is niet toevallig: de troef van Vlaanderen is de centrale ligging. Met honderden bedrijven in tal van sectoren is de regio een kruispunt voor allerlei soorten afval- en materialenstromen. De industriële processen waarmee de afvalstromen hier chemisch en mechanisch verwerkt worden, zijn wereldtop.

Met de beschikbare kennis en industrie, lijkt zo’n centrale positie snel beklonken. Maar er zijn wel wat problemen. Veel lokale recyclagestromen blijven vandaag niet in Vlaanderen. In 2013 werd bijvoorbeeld zo’n 200.000 ton plastic uitgevoerd naar China. Terwijl plastic afval net interessante verwerkingsmogelijkheden biedt. Meer dan 160.000 ton papier- en kartonafval ging naar Nederland en zo’n 2,8 miljoen ton staalschroot werd in 2014 afgevoerd, vooral naar Turkije en Egypte. En er ‘verdwijnt’ best veel afval van de radar.

“Die export is op termijn echter niet houdbaar,” stelt Steve Sel. “We verliezen waardevolle grondstoffen, die we daarna toch nieuw moeten aankopen. En het buitenland blijft ons afval ook niet slikken. Recent heeft China bijvoorbeeld zijn grenzen gesloten voor plastic afval van lage kwaliteit. Dus inzetten op lokale verwerking van grote afvalstromen lijkt meer dan ooit relevant.”

Meeste deelnemers ooit in VIL-project

In 2015 meldden meer dan 25 partners zich aan voor Flanders Recycling Hub, waaronder grote industriëlen als 3M, BASF of Umicore, de Havens van Zeebrugge, Gent en Antwerpen en afvalbedrijven Vanheede, Belgian Scrap Terminal, Bebat en Renewi. Het project werd ondersteund door Vlaanderen Circulair, OVAM, VITO en VLAIO. Een klankbordgroep bestaande uit Agoria, MOW, essenscia, Go4Circle en FIT, voorziet het project van gericht advies. Daarmee is het qua deelnemersaantal het grootste project dat VIL tot nog toe heeft gerealiseerd.

Het Flanders Recycling Hub-project stelde drie grote doelen voorop: meer afval in Vlaanderen houden, meer afval importeren en tenslotte de afvalinzameling, -verwerking en -logistiek efficiënter maken, zodat de sector competitiever wordt. Samen met de verschillende projectpartners werden daarop vijf cases uitgewerkt, die uitgebreid worden toegelicht tijdens de slotconferentie.

Case 1: gevaarlijk chemisch afval

In een eerste case werd onderzocht hoe gevaarlijk edelmetaalhoudend afval via maritieme import tot in Vlaanderen kan geraken. “We zijn hier bijzonder goed uitgerust om dat gevaarlijk afval chemisch te verwerken,” stelt Sel. “Maar er stellen zich wel wat uitdagingen voor het afval vlot uit andere landen naar hier kan komen.” Die gaan van verschillen in nationale wetgeving over extra administratieve last tot angst voor schade aan het materiaal. “Terwijl er bij een correct transport eigenlijk erg weinig risico’s zijn,” argumenteert Sys. “Overheden en havens kunnen meehelpen om die moeilijkheden te overwinnen, door bijvoorbeeld te sensibiliseren of het transport van ‘gevaarlijke’ stromen eenvoudiger te maken.”

Case 2: restafval als energiebron

Een tweede case ging over restafval als energiebron voor grootverbruikers, zoals bijvoorbeeld de chemische industrie. Er zijn daarvoor hoogcalorische afvalstromen beschikbaar, die eerst verkleind en gedroogd worden en dan mechanisch gescheiden - onder andere de metalen worden eruit gehaald. Maar ook dit project botste op uitdagingen, zoals onduidelijkheid over de juiste chemische samenstelling van het restafval, emissienormen die moeilijk gehaald konden worden, of de nood aan relatief grote investeringen in de infrastructuur.

Case 3: multimodaal transport

In een derde case werd onderzocht hoe multimodaal transport een toegevoegde waarde kan zijn voor afvalvervoer. ‘Multimodaal’ staat voor een diverse transportketen, waarbij de langste afstanden over spoor of binnenvaart worden afgelegd en het voor- en natransport over de weg plaatsvindt.

VIL en afvalbedrijf Vanheede Environmental Logistics sloegen de handen in elkaar voor een project specifiek rond binnenvaart. Het mondde uit in een leerrijke, avontuurlijke pilootvaart met een catamaran die tot dertien containers kon vervoeren. De boot legde een traject af tussen Antwerpen, Geel, Izegem, Antwerpen en Olen. Resultaat van het proefproject is dat ondertussen zowel Vanheede als VIL overtuigd zijn van binnenvaart als betrouwbaar alternatief voor wegvervoer.

Maar ook dit experiment bracht heel wat uitdagingen aan het licht. Vandaag is er in West-Vlaanderen bijvoorbeeld geen enkele kade geschikt voor het secure laad- en loswerk voor de overgang tussen water en weg. Dat het laden en lossen in Izegem lukte, was uiteindelijk te danken aan de uitzonderlijke behendigheid van de chauffeur van de vrachtwagen met knikarm.

“Via binnenvaart zouden we jaarlijks zo’n 77.000 vrachtwagenritten binnen Vlaanderen kunnen uitsparen.”

“Al is het potentieel van binnenvaart wél enorm,” meent Koen Smits van Vanheede Environmental Logistics. “Via binnenvaart zouden we jaarlijks zo’n 77.000 vrachtwagenritten binnen Vlaanderen kunnen uitsparen. Dat zou een buitengewone ontlasting van onze verkeersknelpunten kunnen betekenen. En ook de rederijen zijn enthousiast: ik krijg ondertussen bijna dagelijks telefoon met de vraag of de binnenvaartroute die we testten, ondertussen operationeel is,” aldus Smits.

Case 4: afgedankte auto’s

In een vierde case werd de export van metaalschroot en end-of-lifevoertuigen onderzocht. Vandaag worden afgekeurde auto’s binnen Vlaanderen bijzonder efficiënt ontmanteld. Tot 97% wordt gerecycleerd - “tot aan de zandkorrels uit de vloermatten toe,” weet Ludo Sys. “Maar heel wat oude auto’s verdwijnen van de radar - en duiken weer op in Afrikaanse landen, waar ze vaak toch op de schroothoop belanden. Wat kan helpen is een systeem met statiegeld voor auto’s, zoals in Nederland, of een Europese bank met chassisnummers,” aldus Sys. “Zo kunnen we ervoor zorgen dat het schroot hier een tweede leven krijgt, en niet ongecontroleerd op een afvalberg in Afrika terechtkomt.”

Case 5: gerecycleerde palletten

In een laatste, vijfde case werd onderzocht of transportpalletten op basis van afval konden worden gemaakt. Het antwoord bleek dubbel. “Enerzijds is het perfect mogelijk om hoogwaardige wegwerppalletten te maken op basis van gerecycleerde kunststof en jute of PET-vezels,” licht Jesse Sels van poolbedrijf Contraload, toe. “Maar de kostprijs in vergelijking met een nieuw houtvezelpallet ligt 25% hoger bij jute en zelfs 50% hoger bij PET. Daarom hebben we het pilootproject ondertussen stopgezet. Maar hoewel het voor ons niet rendabel is, bewezen we wel dat het kon, en werkten we de technologie uit. Een mislukking was het zeker niet,” argumenteert Sels. “Onze testresultaten geven we dan ook graag vrij. Bedrijven die ermee aan de slag willen, zijn welkom om eens langs te komen.”

Er beweegt dus heel wat in Vlaanderen, voor en achter de schermen, op gebied van recyclage. Maar qua logistiek - die aan belang wint wanneer de activiteiten opschalen of intensiveren - stelden zich bij elke case belangrijke uitdagingen. Toch maken jullie een positieve balans op.

“Dat niet elk project van Flanders Recycling Hub een succes werd, deert niet,” stelt Steve Sel. “We leerden vooral ontzettend veel bij. De pijnpunten die we blootlegden zien we als kansen, als verbeteringsmogelijkheden. Daarnaast zagen we dat bedrijven op nieuwe manieren met elkaar aan de slag gingen door te co-creëren of informatie te delen. Net dat over de grenzen heen kijken van het eigen bedrijf, is de kern voor het slagen van de nalatenschap van dit Flanders Recycling Hub-project,” argumenteert Steve Sel.

“En ook: blijven uittesten en pilootprojecten opzetten. We hebben het meeste geleerd uit het doén - die palletten daadwerkelijk maken, dat gevaarlijk afval naar hier proberen te verschepen, die containers vervoeren over de binnenvaart. Die tests legden de pijnpunten en de opportuniteiten verhelderend bloot. We kunnen niet anders dan blijven inzetten op zulke pilootprojecten.”

“Daarbij, als wij het vandaag in Vlaanderen niet doen, als we niet alles op alles zetten om van Vlaanderen een recyclagecentrum te maken, zullen andere landen ons voor zijn. We adviseren om in te zetten op innovatie in sectoren waar we sowieso sterk in zijn: de non-ferrosector, de chemie en de logistiek. Op die manier kunnen we voor Vlaanderen die centrale plaats in de internationale recyclagesector blijven verzekeren. En daar hangt wel wat van af, want de afvalstroom zal de volgende jaren enkel belangrijker worden als leverancier van grondstoffen.”

Karl VranckenExpertencommentaar

Karl Vrancken

Research Manager Sustainable Materials VITO

“In het rapport van Flanders Recycling Hub staat te lezen dat we in Vlaanderen heel wat afval exporteren, waaronder jaarlijks zo’n 200.000 ton plastics. Indrukwekkende cijfers. Voor sommigen zijn de cijfers misschien onverwacht, maar er bestaat wel degelijk een kloof tussen wat we dénken dat we recycleren, en wat werkelijk opnieuw in onze economie terechtkomt. Onzuivere plasticstromen, zoals botervlootjes of yoghurtpotjes, worden niet lokaal verwerkt, maar verdwijnen doorgaans richting China. En wat er daar precies mee gebeurt, weten we eigenlijk niet.

Maar recent verhoogde China de kwaliteitseisen voor het plastic afval dat het binnenlaat. Het is een goede vraag welk effect dit op de internationale markt zal hebben. Hopelijk gaan bepaalde landen nu niet opnieuw minder sorteren of méér storten? Sommigen spreken van het begin van een ‘war of waste’. Want welke landen zullen in het gat springen en investeren in extra infrastructuur? Het is een feit dat heel wat Zuid-Aziatische landen die afvalstromen graag zien komen. Maar hun infrastructuur is beperkt. Cruciaal daar is de vraag welke milieu-eisen we aan plasticrecyclage willen stellen.

Daarom: laat ons in Vlaanderen investeren in hoogwaardige recyclageprojecten, en vooral in sectoren waar we al sterk in staan - non-ferro en de chemie, of de bouwsector. Want het is hoog tijd om een versnelling hoger te schakelen in het circulaire verhaal. Dat doen we volgens mij best met circulaire businessmodellen op grote schaal, waarbij meerdere bedrijven tegelijk betrokken zijn. Bij Flanders Recycling Hub heeft het alvast gewerkt, die samenwerkingen tussen bedrijven die aanvankelijk niet veel gemeen hadden. Na afloop zagen we nieuwe, sterke netwerken ontstaan.

Die Chinese barrière kan een goed momentum zijn om voluit voor een recyclage-economie te gaan. Het zou wel eens ‘nu of nooit’ kunnen zijn.”

Frontrunners

Download de publicatie

Met het Frontrunnersproject brengen we boeiende verhalen van innovatieprojecten op het kruispunt van circulaire economie, energie en industrie 4.0 in beeld. We selecteerden ze uit de projecten van de vijf 'speerpuntclusters' in Vlaanderen.

DOWNLOADEN >

BESTEL GEDRUKTE EXEMPLAREN >

Share article

CATEGORIEEN

Frontrunners